Turkse moskee-internaten kiezen nog steeds voor schimmigheid

talebe-yurdu
De entree van Mizaan in Zaandam. In het Turks staat er duidelijk ‘internaat voor scholieren’ boven de entree. Aan het Nederlandse publiek wordt een heel ander verhaal gepresenteerd.

Wie even een kijkje neemt op de website van Stichting Mizaan ziet daar een keurige ANBI-stichting die op het gebied van educatie actief is. Elk jaar haalt deze organisatie dan ook bijdragen van het Oranjefonds en anderen op, voor buurtfeesten en opknapbeurten. Begrippen als Turks-islamitisch of Süleymanci kom je in de informatie niet tegen. Dat achter de muren van een voormalige katholieke huishoudschool in Zaandam een internaat voor meer dan zestig Turks-islamitische jongens en een als moskee functionerende gebedsruimte gevestigd zijn, weten alleen de omwonenden en vaste bezoekers. Degenen die het Turkse opschrift boven de entree kunnen lezen begrijpen dat ‘Mizaan Talebe Yurdu’ internaat voor scholieren betekent. De gemiddelde Nederlander gaat eraan voorbij.
Ook de naam Mizaan is slim gekozen, die betekent in het arabisch evenwicht of balans, en heeft uitdrukkelijk ook een religieuze betekenis voor wie in staat is die te duiden. Anderen zien er alleen een referentie aan de Zaan in.

Asscher’s lijst met internaten was nooit compleet

Vorig jaar presenteerde minister Asscher een overzicht dat de Tweede Kamer inzicht moest bieden in aard de omvang van de privaat gefinancierde internaten en het aantal kinderen dat er woont. Het ministerie had eerder alle gemeenten opgeroepen om hun internaten te melden aangezien een centraal overzicht nog geheel ontbrak. 22 van de 26 instellingen op de gepresenteerde lijst (zie ook hieronder) worden ‘Turks-Nederlands’ genoemd. Alleen twee in de media negatief besproken Rotterdamse internaten worden bij naam genoemd, van de overigen wordt naam noch adres vermeld, alleen de plaats en het aantal bewoners zijn aangegeven. Zo weet dan ook niemand of de lijst wel klopt en of hij compleet is. Voor Zaandam staat er in elk geval niet één internaat vermeld. Dat roept vragen op. Zijn er niet mogelijk nog meer internaten ‘vergeten’?

De gemeente Zaanstad antwoordt op navraag dat men er wist dat het internaat op de lijst ontbrak en het later nog aan het ministerie heeft doorgegeven maar dat men er het aantal bewoners niet kent. Daar heeft de gemeente absoluut geen zicht op, dat zou alleen internaat Mizaan weten. Dat is vreemd want alle gemeenten zijn uiteraard bekend met de aantallen slaapplaatsen waarvoor zij zelf een vergunning hebben afgegeven. Voor een aantal internaten, bijvoorbeeld in Amsterdam, is dat getal aantoonbaar hoger dan wat in deze lijst is vermeld. Ook omdat hier een internaat is bijgekomen.

Inmiddels is na een aantal inspraakmogelijkheden en nog veel protest van de bedrijvers een licht pakket aan wetgeving voor privaat gefinancierde internaten in de maak. Hoewel de minister een inschrijving van de leerlingen op hun internaatsadres wenselijk vindt, dwingt hij dit in een nieuwe ‘wet op de jeugdverblijven’ niet af. Dat is vrij bedenkelijk omdat daarnaast ook een verplichting om de aanwezigheid bij te houden ontbreekt. Bij kinderdagverblijven zijn aanwezigheidslijsten om veiligheidsredenen overdag zelfs al verplicht. Duidelijkheid over het aantal aanwezige personen kan namelijk bij brand of andere calamiteiten van levensbelang zijn.

Voor ANBI-status is openheid vereist

Ook is met ingang van 2014 is voor het behoud van de ANBI-status die de fiscale aftrekbaarheid van donaties mogelijk maakt een duidelijke omschrijving van de activiteiten verplicht. een terechte eis want hiermee worden instellingen indirect door de overheid meegefinancierd.

En nog steeds vermeldt ANBI-stichting Mizaan zijn internaat niet. De aan een moskee gekoppelde stichting presenteert zich als een organisatie die vooral “het bevorderen van maatschappelijke en politieke participatie en hulpverlening” tot doel heeft. Incidentele buurtfeesten worden daarentegen opgegeven maar de huiswerkbegeleiding, het uitvoerige religieuze onderwijs dat hier dagelijks gegeven wordt en het dag en nacht huisvesten en voeden van meer dan zestig jongens in een internaat, zo goed als zeker de hoofdactiviteit, blijft onvermeld.

Het is veelzeggend dat de internaatsbedrijvers twee jaar nadat zorgelijke misstanden in moskee-internaten publiek werden en de discussie over ‘parallelle’ gemeenschappen op gang kwam nog steeds bewust kiezen voor intransparantie.

Intransparantie is een keuze die twijfels oproept

Deze organisaties lijken nog steeds niet in Nederland aangekomen te zijn. De vraag is of zij met de ontkenning van hun eigen identiteit als basis wel in staat zijn om jonge mensen een ontwikkeling tot vrije en participerende burger te bieden. Dit bizarre gedraai laat eerder vermoeden dat hier nog steeds sprake is van opgroeien met de rug naar de samenleving en de minister dit accepteert.


De door Asscher gepresenteerde lijst
overzicht-privaatgefinancierde-internaten