Hoe Hans Spekman de Gülen-beweging een internaat cadeau deed en de radicale islam in Utrecht een platform kreeg

De hier beschreven affaire illustreert de bizarre ontwikkeling in de relatie tussen de PvdA en turks-islamitische groeperingen in de afgelopen 15 jaar. Hans Spekman, huidig PvdA-voorzitter en voormalig wethouder Sociale Zaken in Utrecht, had een leidende rol in de affaire rond een internaat voor Turkse jongens: De lokale PvdA speelt de Gülen-beweging gratis een schoolgebouw in handen via een constructie die zich op de rand van de wet beweegt. Tien jaar later verkopen de Turken hetzelfde gebouw met veel winst door aan een zeer omstreden radicaal-islamistische organisatie.

(Opmerking: De links naar de openbare gemeentelijke verslagen in de tekst werken helaas niet meer maar heb ik ter illustratie laten staan. Geïnteresseerden kunnen de pdf’s graag per e-mail ontvangen. Het contract over de bizarre vastgoeddeal met meer dan opmerkelijke gevolgen staat onder aan deze pagina.)

In de jaren ’90 doken ze voor het eerst op in Nederland: Turkse jongensinternaten, instellingen waar leerlingen buiten schooltijd verbleven om daar huiswerkbegeleiding te krijgen en door oudere studenten als ‘rolmodellen’ met eenzelfde achtergrond werden opgevoed. Opgericht door Turkse organisaties en door Turkse vrijwilligers gerund, werden deze nieuwe opvoedingsinitiatieven in het begin met welwillende nieuwsgierigheid bekeken. Dat blijkt uit mediaberichten uit die tijd.
Aan de Nederlandse buitenwereld presenteerden de instellingen zich als zijnde geheel gericht op het verbeteren van de schoolresultaten van hun sociaal zwakkere leerlingen met het sympathieke doel hen in staat te stellen om via een goede opleiding en dito baan volwaardig in de maatschappij mee te draaien. Religieus conservatisme en verbindingen met moskeeën bleken wel hier en daar maar wekten geen bezorgdheid. De Gülen-beweging richtte als een van de eersten het schoolinternaat Het Centrum in Rotterdam op, later volgde onder meer Beatitas in Utrecht.

Veel sympathie voor de Turkse internaten maar geen subsidie

Deze Turkse internaten kunnen in de jaren ’90 makkelijk hun gang gaan, een wettelijk kader bestaat niet voor dit fenomeen dat door de overheid eerst schoolinternaat en later internaatachtige voorziening genoemd wordt. Geen enkele overheidsinstantie bemoeit zich met de gang van zaken.
Maar de Turkse internaatsleiders willen meer dan welwillendheid en waardering.Zij willen graag subsidie voor hun werk, en dat blijkt moeilijk. Ook al is een gemeente bereid financiële steun te bieden, de internaten blijken noch in het budget voor hulpverlening te vallen noch onder huiswerkbegeleiding of opvoedingsondersteuning. De internaatbewoners hadden doorgaans ok voorafgaand geen problemen, dus ontbreekt ook een indicatie voor de opname in een internaat. Daarnaast belemmeren lage integratie-budgetten simpelweg het verstrekken van ruimhartige subsidies. Een Volkskrant-artikel uit 1996 illustreert de situatie goed, tegelijk komt in een uitspraak van een Turkse vader ook een uitgesproken conservatief en islamitisch wereldbeeld als reden voor de internaatsopvoeding van zijn zoon naar voren. ‘Een kennis van mij vond bij zijn zoontje van veertien een condoom in zijn portemonnee. Dat is toch niet normaal! Ik wil ook niet dat mijn zoon gaat drinken en roken, zoals ze op alle scholen doen. Wij zijn moslim.’
Bij de betreffende gemeenten roepen de mono-etnicteit, het informele management en de segregatie van jongens en meisjes ook incidenteel kritiek op.

Schoolinternaat Beatitas in Utrecht opgericht

In Utrecht kan het door Secu (Stichting Educatie Centrum Utrecht) in 1995 opgerichte jongensinternaat Beatitas in de beginfase op veel sympathie rekenen. Eerste aanvragen voor subsidie worden gehonoreerd, de stichting ontvangt jaarlijks 30.000 gulden voor huiswerkbegeleiding en internaat Beatitas mag zijn intrek nemen in een oud schoolgebouw in Overvecht. Op het feit dat Secu jaar-in jaar-uit de erfpachtcanon van 50.000 gulden voor het gebouw aan de Orinocodreef 17 eenvoudigweg niet betaalt, wordt de stichting nooit uitdrukkelijk aangesproken. Jaren later kan Secu dan ook stellen dat er een onduideljke situatie is ontstaan.
De mede-oprichter en directeur van het internaat, Ahmet Taskan wordt in 2001 voor het CDA in de Utrechtse gemeenteraad gekozen, en ongetwijfeld waren de overige raadsleden binnen korte tijd voor deze joviaal ogende man ingenomen. Opvallend is dat in dezelfde periode ook de directeuren van internaat Het Centrum Alaattin Erdal, tevens directeur van de aan Gülen gelieerde Time Media Group, en Mehmet Cerit, oprichter van de Cosmicus-scholen voor de Rotterdamse lokale politiek, respectievelijk voor het CDA en Groen Links kozen.

Secu zegt zonder subsidie failliet te gaan

Secu blijft de gemeente Utrecht om hogere subsidies vragen en geeft aan het internaat anders te moeten sluiten. De gemeente wil wel bijspringen maar met het beperkte integratiebudget is dat via de officiële weg niet mogelijk. Men besluit te gaan zoeken naar een andere ‘oplossing’. Toen Hans Spekman, huidig PvdA-voorzitter, in 2001 in Utrecht aantrad als wethouder Sociale Zaken was dit proces door zijn voorganger in gang gezet.
Telkens wanneer het financieringsprobleem in de gemeenteraad besproken moet worden verlaat Ahmet Taskan, de directeur van jongensinternaat Beatitas de zaal, maar ongetwijfeld is hij goed op de hoogte van de plannen en in staat om voor zijn zaak te lobbyen. De tekst van de later met Secu gesloten overeenkomst bevat een aantal grammaticale fouten die bijna laten vermoeden dat de stichting zelf wel eens heel vergaand kan hebben ‘meegedacht’.

De gemeente vindt een ‘oplossing’

In 2001 hebben de ambtenaren op sociale zaken na langdurig wikken en wegen een ‘oplossing’ gevonden. De jarenlang niet betaalde erfpacht die dan is opgelopen tot een schuld van € 113.000 wordt kwijtgescholden. De erfpachtovereenkomst met een jaarlijks te betalen canonbedrag van ca € 24.000 wordt vervolgens omgezet naar eeuwigdurende erfpacht, in één keer af te kopen voor €250.000. Van de afkoopsom komen € 90.000 direct voor rekening van de gemeentelijke diensten OGU (Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Utrecht) en DMO (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) en Secu betaalt zelf € 22.000. Het nog resterende bedrag wordt gefinancierd met een gemeentelijk stadsbank-krediet aan Secu, terug te betalen in tien jaarlijkse termijnen. Tegelijk zal Secu tien jaar lang een jaarlijkse subsidie van Welzijnszaken ontvangen, exact ter hoogte van de te betalen termijn. Een oplossing die de mazen van de wet werkelijk ten volste benut.
In het kort komt het erop neer dat Secu voor de som van € 22.000 een ruim perceel met schoolgebouw uit gemeente-eigendom in handen krijgt, en de Utrechtse belastingbetaler in deze constructie nog eens € 500.000 meebetaalt aan het weggeven van gemeente-bezit.
Kritiek in de raad door onder andere Leefbaar Utrecht en de VVD wordt weggestemd. Leefbaar stelt positief te staan tegenover het werk van Secu maar wil deze ‘constructie’ niet steunen om geen precedent te creëren. De VVD zegt simpelweg niet voldoende zicht te hebben op de activiteiten van Secu, en wijst daarom elke regeling die het officiële integratie-budget overschrijdt van de hand.
Wethouder Hans Spekman zegt zelf ook niet erg blij te zijn met de gekozen route maar geen andere weg te zien. Geen hulp bieden zou immers sluiting van het internaat betekenen ‘dat zulk goed werk verricht…’. Hij ziet het slagen van de regeling voldoende gewaarborgd met een afspraak die het Secu onmogelijk maakt om het terrein binnen 10 jaar met winst door te verkopen, andere voorwaarden acht hij blijkbaar niet nodig. Zijn voorstel wordt aangenomen.

Internaten besproken in tweede kamer

In 2002 vormen de schoolinternaten in heel nederland en hun moeizame subsidiëring het onderwerp van een debat in de tweede kamer. De kamerleden Rabbae (Groen links) en Arib (PvdA) maken zich sterk voor een forse eenmalige subsidie aan een reeks internaten waaronder Secu/Beatitas en Het Centrum, en kunnen de tweede kamer overtuigen hiermee in te stemmen. De internaten ontvangen in het schooljaar 2002-2003 éénmalig € 1.810 per leerling van de rijksoverheid. Bij een geschatte 40 jongeren komt dit voor Beatitas neer op € 72.000 Euro. De internaten mogen de bedragen naar eigen inzicht besteden of zelfs oppotten zoals blijkt uit latere evaluaties.

Opnieuw kritische vragen uit de gemeenteraad

In het voorjaar van 2002 vraagt de VVD-fractie Utrecht naar aanleiding van deze eenmalige subsidieronde om een hernieuwde bespreking van de subsidiëring van Beatitas en Secu, wederom met wethouder Spekman van sociale zaken. Er is consensus in de raad over het nut van subsidies voor huiswerkbegeleding maar ook over het feit dat de wettelijke ruimte voor een subsidie aan het internaatsgedeelte ontbreekt. Opvallend is dat Hans Spekman gedurende deze discussie in alle toonaarden zwijgt over de details van de door hem eerder gesloten deal waarmee hij de facto het internaatsgebouw al lang financiert en stapsgewijs cadeau doet aan Secu, en hoe hij in dit debat kritische vragen ontwijkt. Uit het verslag:

De (VVD) fractie heeft vier vragen:
– Vindt de wethouder dat het nog terecht is dat SECU subsidie krijgt voor een periode van tien jaar gezien de resultaten van het onderzoek?
– Vindt de wethouder met de VVD dat wanneer SECU subsidie krijgt als ware SECU een MZO (zelforganisatie) SECU aan dezelfde eisen moet voldoen?
– Is de toegekende subsidie wel een beperkte mate van financiële ondersteuning of alleen bestemd voor huiswerkbegeleiding?
– Welke jongeren maken daarvan gebruik? Zijn al deze jongeren woonachtig in Utrecht?

Spekman doet alsof hij van niets weet:
‘Moeten we de internaatsfunctie al of niet beleidsmatig en dus financieel ondersteunen?’

‘Het College is van mening dat die internaatsfunctie niet financieel ondersteund moet worden.’En: ‘SECU krijgt alleen subsidie voor de huiswerkbegeleiding via de eenmalige impuls waarover vanuit de commissie is gesproken. Het College subsidieert alleen jongeren die uit Utrecht komen.’

Een evaluatie van de eenmalige subsidiëring door het rijk

In het rapport ‘Schoolinternaten en internaatachtige voorzieningen’, in oktober 2003 gepubliceerd door Regioplan, is onder andere te lezen:

• Wat betreft de verstrekte subsidiegelden merken enkele respondenten op het onwenselijk te vinden dat overheidsgeld aan niet te controleren particuliere instellingen wordt verstrekt. In het geval van de Turkse internaten is dit met name relevant omdat volgens enige respondenten achter enkele van de internaten religieuze organisaties met politieke ambities schuil zouden gaan. (Het meest wordt de Fetullahci of Fethullah (Gülen) groep genoemd. Deze groep wordt ervan beschuldigd Turkije om te willen vormen tot een islamitische staat. De groep zou in tientallen landen honderden onderwijsinstellingen opgezet hebben.)
• Een ander punt van kritiek is dat de Turkse instellingen in de Turkse gemeenschap zijn ingebed, waardoor het voor Nederlandse betrokkenen zoals scholen en gemeenten moeilijk te achterhalen is wat er precies binnen deze organisaties gebeurt. (Dit geldt ook voor de onderzoekers. Zo merkten we tijdens de veldwerkperiode dat respondenten namens Turkse internaten ontwijkend reageerden op vragen die betrekking hadden op het contact met religieuze organisaties en op religie.)
• Daarnaast staan verschillende respondenten kritisch tegenover het gegeven dat de Turkse internaten zich richten op een mono-etnische doelgroep.

Voor Hans Spekman blijkt dit alles geen aanleiding te zijn om de financiering van het Beatitas internaatsgebouw door de gemeente Utrecht te heroverwegen.

Secu koopt er ineens een gebouw voor € 1,7 miljoen bij

In mei 2005 worden na een grootschalige reorganisatie van het ROC in Utrecht een aantal oude onderwijsgebouwen te koop aangeboden en blijkt Stichting Secu, vier jaar eerder nog pretenderend zonder subsidie failliet te gaan, ineens in staat een gebouw aan de Livingstonelaan 609 (pdf p.46) voor de som van ruim € 1,7 miljoen aan te kunnen kopen. En ook nu rinkelt er weer geen enkele bel in Utrecht. Niemand stelt de vraag waarom vijf jaar eerder een erfpachtschuld van meer dan een ton moest worden kwijtgescholden, en waarom via een dubieuze constructie jaarlijks nog steeds een bedrag van € 19.000 aan de stichting wordt gegeven terwijl deze nu ineens wel opvallend kapitaalkrachtig blijkt te zijn.

Nog veel meer subsidies

In 2004 is door Utrechtse Gülen-aanhangers al een tweede stichting in het leven geroepen, Cemin (Centrum Educatie Minderheden), die huiswerkbegeleiding en scholing aanbiedt. Veel betrokken personen zijn verbonden aan beide instellingen. In tegenstelling tot Secu is Cemin een ANBI-instelling en periodieke donaties aan Cemin zijn fiscaal aftrekbaar. Cemin huurt sinds 2005 het gebouw Livingstonelaan 609 van Secu, en maakt tegenwoordig ook deel uit van Npoint, een koepelorganisatie van Nederlandse Gülen-huiswerkinstituten.
Secu en Cemin blijven uit diverse bronnen subsidie ontvangen, hoeveel exact is niet te zeggen, een compleet overzicht hiervan kunnen alleen de stichtingen zelf geven maar in 2007/2008 ontvangt SECU ook € 54.500 voor een interculturalisatieproject van het Oranje Fonds, en Cemin ontvangt van stichting Kinderpostzegels tussen 2006 en 2009 meer dan € 27.000. Nog in 2010 ontvangt Cemin van de gemeente Utrechtse Heuvelrug € 7455. Secu stelt op zijn website gesteund te worden door acht verschillende instanties en fondsen en Cemin noemt er evenveel.

Kritische berichten

In 2008 rinkelt er nog steeds geen bel. Dan zendt het programma Nova een vrij ontluisterende reportage uit over de religieus georiënteerde en de integratie ondermijnende praktijken in aan de Gülen-beweging geliëerde internaten als Beatitas.
In 2010 verschijnt na terugkerende kamervragen het rapport ‘De Gülenbeweging in Nederland’ van professor Martin van Bruinessen. Ook dit lijkt aan Utrecht voorbij te gaan terwijl het op zijn minst aanleiding tot discussie zou moeten zijn. Het rapport meldt namelijk dan dat alle internaten wegens ontbrekende belangstelling in 2010 al gesloten zouden zijn. De hoogleraar islamwetenschappen, die ook de beide Beatitas-directeuren voor zijn onderzoek interviewde, noemde juist deze woongemeenschappen als dé plaatsen waar jongens het sterkste met de conservatieve islam van Gülen in aanraking komen en worden gestimuleerd om zich sterker aan de beweging te binden. Als hem door leden van de beweging wordt verteld dat de internaten gesloten zouden zijn, neemt hij dit voor waar aan en trekt dit niet na.
Twee journalisten gaan voor dagblad Trouw op onderzoek uit en bezoeken eind 2010 het gebouw aan de Orinocodreef 17 dat wegens renovatie gesloten zou zijn. De leerlingen zouden ‘zo lang’ elders zijn ondergebracht, krijgen zij van de bestuurders Vecih Er en Mustafa Göktas te horen. De de plannen zouden nog onduidelijk zijn, men zou overwegen het gebouw te verkopen.

In 2012 zijn grond en gebouw geheel in handen van Secu

In 2012 is de deal helemaal rond. De laatste tranche van het erfpacht-afkoop-krediet is gratis met subsidie afgelost, en het terrein inclusief gebouw is daarmee voor een schijntje in handen van Secu gekomen. Een wel zeer gulle en opmerkelijke gift van huidig PvdA-voorzitter Hans Spekman aan een conservatief islamitisch internaat dat wordt gerund volgens de ideeën van een omstreden imam. Nadat mede-oprichter en directeur van het eerste uur, Ahmet Taskan zich inmiddels net als enkele ander leidende figuren openlijk als Gülen-aanhanger te kennen geeft, kan hierover geen twijfel meer bestaan.
Secu zit in elk geval niet stil. In het voorjaar van 2012 wordt bij de gemeente Utrecht een vergunning aangevraagd om en ander gebouw van de stichting aan de Livingstonelaan te verbouwen tot, jawel, een internaat.
Mogelijk is dit nodig om de leerlingen van de Orinocodreef 17 op te vangen. Secu verkoopt dit gebouw in hetzelfde jaar voor het ronde bedrag van €850.000. Tel uit de winst voor de Gülen-aanhangers.

Spekman’s cadeau voor 850.000 doorverkocht aan uiterst radicale islamisten

Maar daarmee is niet alleen vastgoed en gemeentegrond voor altijd uit handen gegeven en heeft een obscure organisatie op kosten van de belastingbetaler haar zakken kunnen vullen. Utrecht krijgt door de Gülen-beweging nog een heel ander probleem in zijn maag gesplitst. De nieuwe eigenaar van het pand is namelijk een uitermate radicale arabische moslimgroepering, de Stichting Moslimjongeren. Het aan de Orinocodreef opgerichte opleidingscentrum krijgt de naam ‘Islamitisch Centrum Imam Maalik’. ‘Ons hoofddoel (is) op te roepen naar de zuivere Islaam volgens de methodiek van Ahloe Soennah wa al-Djamaa’ah’ is op de website te lezen. Ook wordt een driejarige Koran-opleiding aangeboden.
Afgelopen mei sprak de uiterst omstreden Haitham al-Haddad op een hier gehouden bijeenkomst. Carel Brendel schreef op zijn blog veel over deze haatprediker. Een Kamermeerderheid in Nederland had in februari 2012 opgeroepen hem niet het land in te laten omdat hij onder meer haatzaaiende uitspraken zou hebben gedaan over Joden.

Al met al is dit een opmerkelijke nalatenschap van een beweging die zegt niets van de radicale islam te moeten hebben en zich daar publiekelijk altijd van afzet. Het Utrechtse bestuur kijkt klaarblijkelijk al vijftien jaar bij voorkeur een andere kant op. Dat belooft weinig goeds.

  • pagina 1

 

 

sheikh
De aankondiging van een lezing door de radicale islam-prediker Haitham al-Haddad op de facebook-pagina van ‘Islamitisch centrum Imam Maalik’ op de Orinocodreef 17 in Utrecht

door Elise Steilberg